1. Ik ben geïnteresseerd in deze kunstvorm / kunstenaar / dit kunstwerk:


[ook afbeelding invoegen]

  1. Ik wil er meer van weten, daarvoor heb ik kennis nodig.

Om te weten welke ga ik me inlezen, inkijken, inluisteren enz.

Ik ga mezelf daarbij deze vragen stellen:

  1. Ik heb oriënterend onderzoek gedaan en het blijkt dat ik niet genoeg kennis heb om sommige dingen te begrijpen.

Daarom heb ik de volgende zaken opgezocht of gevraagd:

  1. Nu ik er wat meer van weet komen er nieuwe vragen op. De belangrijkste vraag is:

…        

  1. Ik moet dit onderzoekje onthouden en laten zien. Hoe kan ik dat het beste aanpakken?

Ik doe dat in de volgende digitale vorm:

… [docx, filmpje, websitepagina]

  1. Een docent moet het kunnen beoordelen. Waar zal hij op letten?

De docent zal letten op de volgende dingen:

  1. De docent heeft weinig zin om dingen te lezen die hij al lang weet. Waar is hij het meest in geïnteresseerd?

  1. Dit onderzoekje heeft iets teweeggebracht.

Is dat positief, negatief of anders en hoe komt dat?

CAP 1*

Welk kunstbezoek wil je aan dit onderzoek koppelen?