Studiewijzer Muziek-Natuurkunde Project 3v+ klassen

Versie 2016 ©Rein de Goeje en Gerhard van Hunnik

 

Muziek met zelfgebouwde instrumenten.

 

Stampkokers.

1. Deze zijn genummerd van 1 tot 6, ga in die volgorde zitten.

a. Speel 6- tot 10-cijferige getallen in een doorlopende beat. In het getal mogen cijfers ook herhaald worden maar niet meer dan drie keer.

b. Begin met het getal 123456,

c. daarna 11332465

d. en 6253412

e. Maak een stukje met 3 getallen waarbij dynamiek gebruikt wordt: dus gedeeltes hard en zacht en snelle of korte overgangen daartussen. Houd altijd hetzelfde basistempo.

2. Ga in een rondje zitten en doe een geluidswave, dus iedereen stampt om beurten, alsmaar rond in één rustige beat. Door als je niet stampt een buis snel te verwisselen met een ander krijg je steeds nieuwe patronen. Dit wisselen kan een patroon op zich zijn en is leuk om te zien. Probeer het ook terwijl je in een halve cirkel zit.

3. Maak een kort stampstuk, begin vanuit stilte en heel zacht geluid tot een heel druk stuk. Op het hoogtepun is het plotseling een maat helemaal stil, en dan nog een heel kort gezamelijke ritme als toetje.

 

Fluiten

1. Bedenk een ritme dat iedereen tegelijk fluit, alsof iemand wild op een zestonige treintoeter drukt. Blijf dat herhalen maar doordat af en toe verschillende mensen even stoppen verandert de klank en toonhoogte steeds.

2. Maak met twee personen een ritme door afwisselend te blazen. Gebruik ook rusten als ritmebouwsteen. De andere vier maken een melodie door afwisselend te blazen.

3. Experimenteer met het afdekken van de onderkant van de pijp. Door je langzaam ‘open te doen’ veranderd de toonhoogte. Maak hier een kort stukje mee dat zich steeds herhaald, dus niet zomaar willekeurig wat doen.

4. Maak een andere klank door heel lang rrrr te zeggen terwijl je blaast, of juist tfff, tffff.

5. Maak nu je van alles hebt uitgeprobeerd een ritmegroove met een goede beginopbouw en een abrupt einde of een einde dat langzaam uitdooft. Iedereen heeft daarin een eigen rol.  

 

Gitaar, xylofoon, buisklokkenspel, synthesizer

1. Probeer een melodie te maken die van het ene naar het andere instrument gaat.

2. Probeer akkoorden neer te leggen in xylofoon, buisklokkenspel en gitaar. Laat de synth er een melodie overheen spelen. Bijvoorbeeld: 4x d-f-a, dan 4x a-c-e, dan 4x g-b-d dan 4x c-e-g 3. Als 3 maar kies andere instrumenten voor de verschillende rollen.

 

De uitvoering

Elke groep presenteert zich met het stuk dat ze het meest geslaagd vinden van alle mogelijkheden hierboven. Het moet minimaal 2 minuten en maximaal 5 minuten duren. Alle instrumenten van de groep moeten aan bod komen. Het moet boeiend zijn om naar te luisteren. Verrassend of origineel of gewoon mooi. Als er wat te zien is dan is dat extra leuk.

Twee leerlingen uit een groep van klas 3a en klas 3b vertellen samen iets over 1 instrument. Hoe het gebouwd is en wat de mogelijkheden en beperkingen zijn. Wie wat doet gaat volgens schema waarop je intekent.

De avond begint of eindigt met een gemeenschappelijk stampkokerstuk met beide klassen tegelijk. Iedereen zit in kringetjes van 6. Iedereen stampt in het kringetje om beurten.

Iedereen staat in hele grote cirkel om de ouders heen.
Elke groep in volgorde 1-2-3-4-5-6
Ik heb een bord met een kleur en een getal.
0 = wel een tel maar niets spelen.
Elk getal wordt herhaald tot het sein om naar de volgende sectie te gaan komt.

A-intro

rood 10000 20000 30000 40000 50000 60000

blauw 01000 dan 2 dan 3 enz

geel 00100 dan 2 dan 3 enz

groen 00010 dan 2 dan 3 enz

zw/w 00001 dan 2 dan 3 enz

 

B

Rood 10 20 34 56

Blauw 12 34 65 00

Geel 0123 0 456

Groen 0012 0034 0056

Zw/wit 12 13 14 15 16

 

C

Rood 123 - 123 + 456 - 456

Blauw 12, 34, 56 tegelijk

Geel 1234 - 23456

Groen 654 - 543 - 432 - 321

Zw/wit 1615141312

 

D-slot

Rood blauw en geel 123456,

Groen en Zw/wit 654321

Fade out.

evaluatie