4 vwo

klassikaal

  • het notenschrift, partituur lezen, intervallen, akkoorden en toonladders

musiceren

  • voorspeellessen
  • koor periode 3 en 4
  • muziekavond december of juni

maken

 

syllabus / leren

  1. ritme
    • afwisseling geluid en stilte
    • beweeglijke en statische figuren
    • regelmatige en onregelmatige beweging
    • triool
    • syncope
    • volgen of noteren van een ritme
    • toonduur
    • notenwaarden hele t/m 16e noot en rust
    • verlenging van de noot met punt achter de noot
    • verbindingsboog
    • teleenheid
  2. maat
    • twee en driedelige maatsoorten
    • opmaat
    • maatstreep
    • maataanduiding
    • tweedelig, driedelig
    • opmaat
    • maatwisseling
    • onregelmatige maat
  3. tempo
    • herkennen van goed te onderscheiden tempi in drie categori•n: langzaam, rustig en snel
    • herkennen en benoemen van tempowijzigingen
    • ritenuto
    • a tempo
  4. toonhoogte
    • absolute notennamen
    • alle intervallen t/m octaaf: rein, groot, klein, veminderd.overmatig
    • het notenschrift
    • G-sleutel, F-sleutel
    • voortekens: kruis, mol, herstellingsteken
    • transponeren
  1. toonsoort
    • majeurtoonladders tot 3 kruizen en mollen
    • diatonische karakter van majeurtoonladders
    • *akkoorden uit een toonladder halen
    • *laddereigen, laddervreemde tonen
  2. dynamiek
    • p mf f crescendo decrescendo
  3. samenklank
  1. uitvoeringspraktijk
    • da capo al fine, dal segno, coda
    • herhalingstekens
  2. klankkleur
    • slagwerkinstrumenten, namen en herkennen zie syllabus
  3. melodische relaties
  4. liedsoorten
  5. rondo
  6. dansen
  7. variatie
  8. concerterende structuren
  9. symfonische structuren
  10. polyfone structure
  11. mis, oratorium, opera, musical
  12. algemene structuurbegrippen

 

Muziek en cultuur:

 

 

 

muziektheorie 4 vwo

Oefeningen

syllabus 2017

 

pta